Werk slimmer, niet harder

Hoe ziet het ideale team eruit? Die vraag hebben verschillende onderzoekers de afgelopen jaren al gesteld. En uit die onderzoeken komen een paar opvallende resultaten waar jij je voordeel mee kunt doen.

#1. Gelijkwaardigheid belangrijker dan IQ

Bij succesvolle teams dragen alle leden gelijkwaardig aan discussies bij. Dat blijkt uit uitgebreid onderzoek van Thomas Malone (hoogleraar en directeur aan het MIT Center for Collective Intelligence), Christopher Chabris (hoogleraar psychologie aan Union College) en Anita Woolley (assistent professor behaviourial sciences aan de Tepper School of Business).

Taal versus wiskunde

In het onderzoek blonken bepaalde teams duidelijk uit over de hele linie. ‘Algemene intelligentie bij mensen geldt ook voor groepen’, legt Wooley uit. ‘Wie bijvoorbeeld goed is in taal, is vaak ook goed in wiskunde. Ondanks dat vaak gedacht wordt dat de twee gescheiden zijn.’ De ‘slimmere’ teams bleken echter niet de groepen te zijn die bestonden uit individuen met het hoogste IQ. Sterker nog: de teams met een gemiddeld hoger IQ scoorden niet beter dan de groepen met een lager IQ. Ook de teams die aangaven het meest gemotiveerd te zijn scoorden niet het best. En evenmin de teams met meer extraverte teamleden.

Vooraf kennis bepalen

De uitblinkers zijn de teams waarin alle teamleden gelijkwaardig aan discussies bijdragen, en waar dus niet een paar leden de groep domineren. Deze uitkomst komt overeen met de inzichten van Bryan L. Bonner (hoogleraar management aan de University of Utah) en Alexander Bolinger (assistent professor management aan Idaho State University). Uit hun onderzoek blijkt dat teams het beste presteren als vooraf alle teamleden de kans krijgen aan te geven welke kennis ze in huis hebben. ‘Dit klinkt simpel,’ zegt Bonner, ‘maar het betekent dat een project op een significant andere manier wordt begonnen dan normaal. Teams pauzeren zelden om vast te stellen wat voor kennis iedereen met zich meebrengt. Het zou de machtsbalans in teams verschuiven van sociaal beïnvloed naar informatief beïnvloed.’

 

#2. Graag sociaal sensitief

Teams die voor een groot deel uit vrouwen bestaan, presteren beter. Zo blijkt uit hetzelfde onderzoek van Woolley. De vrouwen uit haar onderzoek scoorden namelijk beter dan de mannen op sociale sensiviteit. En dat gold ook voor de teams die het meest over deze eigenschap beschikten. Deze sociale sensitiviteit werd ingeschat aan de hand van een test genaamd Reading the Mind in the Eyes. Hierbij werd gemeten hoe goed mensen andermans emoties konden aflezen aan gezichten op getoonde beelden, waarop alleen de ogen zichtbaar waren.

Beter functioneren

Aangezien teams ook steeds vaker alleen online met elkaar werken namen Woolley en haar collega’s de test ook af bij teams die elkaar nooit rechtstreeks in de ogen kijken, maar alleen online communiceren. Woolley: ‘Verrassend genoeg was de test op basis van de ogen ook indicatief voor de collectieve intelligentie in online groepen. De teams die hoog in de test scoorden, functioneerden beter dan de teams die minder goed elkaars gedachten konden aflezen aan elkaars ogen.’

 

#3. Een ‘can do’ en ‘will do’-houding

Bij crossfunctionele teams gaat het vooral mis bij het kiezen van de meest geschikte mensen, blijkt uit onderzoek van Christian Resick, hoogleraar management van Drexel University in Philadelphia. Resick: ‘Vaak wordt over het hoofd gezien dat alle teamleden over een ‘can do’ en ‘will do’-houding beschikken om zo actief deel te nemen aan discussies waarin informatie wordt uitgedeeld.’

Zelfredzaam

‘Hoe sneller teamleden in staat en bereid zijn met elkaar op een lijn te belanden, des te beter kunnen ze gezamenlijk bepalen welke informatie relevant is en een vruchtbare discussie voeren over de stappen voorwaarts.’ Opgepast moet volgens Resick ook worden voor teamleden die nogal zelfredzaam zijn. Resick: ‘Zij zijn geneigd andere leden te wantrouwen en kunnen daarmee het hele team laten ontsporen.’

 

#4. Extraverte versus introverte teamleden

Extraverten zijn betere leiders, was lang de consensus. Ze hebben nu eenmaal vaak het charisma en aanstekende enthousiasme om gevolgd te worden. Extraverten bevinden zich ook vaker in leiderschapsrollen, zo concludeerden een studie uit 2009. Zo zou zo’n 96 procent van de leiders extravert zijn. Maar of ze ook altijd betere resultaten boeken? Dat hangt af van de samenstelling van de teams die ze leiden, zo zegt Adam Grant, hoogleraar organisatiepsychologie aan de Wharton School of Business.

Averechts

Grant kwam tot de conclusie dat dat extraverte leiders 16 procent meer winst dan gemiddeld weten te halen uit passievere werknemers. Deze werknemers behoeven nu eenmaal meer leiding. Maar bij proactieve werknemers werkt het anders. Als je bij hen suggesties te scherp naar voren schuift, werkt dit averechts. In het onderzoek van Grant lag bij proactieve medewerkers de winst van extraverte leiders juist 14 procent onder het gemiddelde.

Spotlight

‘Extraverte leiders bezitten het enthousiasme en de assertiviteit om het beste uit passieve volgers te halen’, concludeert Grant. ‘Maar ze proberen ook soms te veel de spotlight naar zich toe te trekken in situaties met proactieve werknemers. Dat werkt ontmoedigend en ze lopen bovendien zo hun ideeën mis.’

 

#5. Focus op toptalent als succesformule?

Vormt wellicht toptalent samen het beste team? Het is een vraag die in de sport vaak genoeg aan de orde komt. Volgens de legendarische basketbalspeler Michael Jordan is individueel talent echter secundair aan teamwork. De Nederlandse wetenschapper Roderick Swaab, assistant professor of Organisational Behaviour aan INSEAD, keek naar de juiste componenten voor het beste teamwork naar basketbal, voetbal en honkbal. Allereerst werd percentueel vastgesteld wie de topspelers waren en vervolgens bepaald wat het percentage topspelers was per team. De teamprestaties werden gemeten over een periode van 10 jaar en aan de hand van het aantal keer dat het team won of verloor.

Bescheiden topspelers

Wat bleek? Voor zowel basketbal als voetbal gold dat toptalent het succes van het team voorspelde. Maar wel tegenovergesteld dan verwacht. Basketbalteams en voetbalteams met het hoogste aandeel topspelers in het team presteerden slechter dan teams met een meer bescheiden aantal topspelers. Bij honkbal, een meer individuele sport, lag dit anders. Meer sterren in het team had daar geen negatief effect op de algehele prestatie. Te veel talent is dus niet goed voor het team, zo concludeerde Swaab. Waar het om draait is teamwork. Of het nu op het sportveld is of in een corporate omgeving, Succesvol presteren vraagt om samenwerking dat verder gaat dan de talenten van een enkel individu.

 

Dit artikel is onderdeel van het dossier Werk slimmer niet harder op mt.nl. Dit dossier wordt mede mogelijk gemaakt door Microsoft.